Zorg
Extra zorg voor wie zorg nodig heeft.

Overzicht

1. Preventief.

Binnen de organisatie van onze school streven we naar effectief onderwijs. Door goede instructies en planmatig werken proberen we elk kind de zorg en aandacht te geven die het nodig heeft. Met een leerlingvolgsysteem houden we de ontwikkeling van elk kind bij vanaf groep 1 t/m groep 8. Stagnaties in ontwikkeling kunnen tijdig gesignaleerd worden. Tevens wordt hiermee de kwaliteit van het onderwijs gewaarborgd.

2. Begeleiding.

Voor kinderen met ontwikkelingsmoeilijkheden creëren we tijd voor individuele begeleiding.

Helaas is deze ruimte in het basisonderwijs zeer beperkt en afhankelijk van de totale formatie. Toch proberen we op ‘de Toermalijn’ zo veel mogelijk tegemoet te komen aan specifieke hulpvragen van kinderen.

Kinderen met bijzondere hulpvragen (een kind kan niet zo goed leren of is juist meerbegaafd), hebben recht op speciale begeleiding. Op het moment dat wij constateren dat het kind extra zorg nodig heeft, worden ouders geïnformeerd en zullen wij het kind een duidelijke, weloverwogen aanpak bieden.

De manier waarop wij de extra zorg voor kinderen hebben vormgegeven is vastgelegd in de zgn. ‘zorgoverlegstructuur binnen de school’.

 

Enkele belangrijke onderdelen van deze structuur zijn:

A. Interne begeleiding.

Binnen het team hebben vier leerkrachten de speciale taak van intern begeleider. Marianne Oosterhof-Coopmans is IB-er voor de groepen 1 en 2, Miriam Wetzels-van Meeris IB-er voor de groepen 3 t/m 5,  Greetje van den Os- van Erpis IB-er voor groepen 6 t/m 8 en Joop Delfgaauw is coördinator interne begeleiding.

De belangrijkste taken van de intern begeleiders zijn:

– het samen met de leerkracht en ouders bekijken welke hulp gewenst c.q. noodzakelijk is

– het begeleiden van leerkrachten

– bewaken van de continuïteit van de zorg

– bewaken van de continuïteit in het contact met
de ouders

– contacten onderhouden met hulpinstanties als: Schoolbegeleidingsdienst, JGZ (JeugdGezondheidszorg), Maatschappelijk Werk, etc.

B. Het Zorgteam.

Naast vier groepsbesprekingen waarin leerkracht en intern begeleider de leerlingen doorspreken, komt vier keer per schooljaar het ‘Zorgteam’ bij elkaar. Daarbij zijn de JGZ, de IJsselgroep (Schoolbegeleidingsdienst), de maatschappelijk werker, de leerplichtambtenaar, de remedial teacher, de logopediste en de intern begeleiders van ‘de Toermalijn’ aanwezig. In dit overleg worden leerlingen besproken waarbij  multiproblematiek  aan de orde is.

C. Weer Samen Naar School (WSNS).

‘De Toermalijn’ maakt, samen met de andere basisscholen van Zeewolde, deel uit van het samenwerkingsverband WSNS,afd. Zeewolde. In dit verband werken de basisscholen, tezamen met de school voor Speciaal Basisonderwijs ‘de Springplank’, op het gebied van kwaliteitsverbetering van de zorgverbreding, samen. Onze aandacht richt zich hier vooral op die groep kinderen voor wie op dit moment op de basisschool geen plaats is.

3. Extra aandacht en zorg.

In het werken met kinderen hanteren we drie zorgniveaus:

A. Individuele hulp in de groep door de leerkracht tijdens momenten van zelfstandig werken. (Dit is een vast onderdeel van het  klassenmanagement in de groepen!)

B.  Hulp kan ook buiten de groep plaatsvinden. Naast de individuele hulp in de klas door de eigen leerkracht, kan de leerling apart of in een klein groepje begeleid worden. Dit wordt gedaan door een RT-leerkracht (Remedial Teaching)of groepsondersteuner. Middels een speciaal voor het kind opgesteld hulpprogramma wordt extra ondersteuning geboden.

C.  MRT (Motorische Remedial Teaching)

Sinds schooljaar 2006-2007 wordt op ‘de Toermalijn’ MRT gegeven. MRT richt zich specifiek op de motorische ontwikkeling van het kind. Hierbij valt te denken aan problemen op het gebied van:

– grote motoriek (bijv: vaak vallen/stoten, op de tenen lopen)

– coördinatieproblemen (bijv: naast de bal schoppen)

– kleine motoriek (bijv: moeite met knippen, tekenen, vouwen)

– schrijven (bijv: slecht leesbaar, niet ritmisch)

– lezen (bijv: laag tempo, omkeren van letters)

– rekenen (bijv: omkeren van getallen)

– concentratie (bijv: niet stil kunnen zitten)

– gedrag (bijv: druk, onrustig, overmoedig gedrag)

– werktempo (bijv: traag)

Uiteindelijk kunnen dergelijke problemen ook leiden tot gebrek aan zelfvertrouwen (bijv: het lukt me niet zoals ik zou willen)

MRT richt zich op het inhalen van bewegingsachterstanden en het verbeteren van de motoriek door middel van een specifiek oefenprogramma. Bovendien stimuleert MRT de ontwikkeling en samenwerking van de beide hersenhelften. Het kind krijgt hierdoor weer het bewegingspatroon dat past bij zijn verdere ontwikkeling. Bij ons op school worden alle oudste kleuters motorisch gescreend. Indien nodig, kan dezelfde test bij een kind uit een hogere groep afgenomen worden. Op grond van de bevindingen van het motorisch onderzoek wordt wel of geen mrt voorgesteld. Dit gaat al dan niet gepaard met een advies voor nader motorisch onderzoek en/of doorverwijzing naar een  zelfstandige MRT-praktijk, Cesartherapie of fysiotherapie. Meer informatie over MRT kunt u vinden op onze site. MRT wordt gegeven door Coby Kruizinga-Wormmeester.

D. Individuele hulp of onderzoek door externen: in bijzondere situaties, afhankelijk van de problemen en hulpvragen van het kind, kan de hulp ingeroepen worden van de schoolbegeleidingsdienst of een andere hulpinstantie. Door professioneel onderzoek proberen we allereerst meer inzicht te krijgen in de problemen waar het kind mee geconfronteerd wordt. Vervolgens wordt bekeken welke hulp voor het kind het beste is en hoe dit gerealiseerd kan worden.

Een aantal kinderen heeft door hun  specifieke leerproblematiek meer hulp nodig. Zij worden verwezen naar een zogenaamde ‘speciale school voor basisonderwijs’ (SBO).

Nadat met de ouders voor een dergelijke verwijzing is gekozen, dient een aanmelding plaats te vinden bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL). Als de PCL een beschikking afgeeft, is een leerling op een SBO-school plaatsbaar. De aanmelding bij de PCL alsook de contacten met deze commissie worden, in nauw contact met de ouders van het kind, onderhouden door de intern begeleiders van ‘de Toermalijn’.

 

4. Klassenverkleining.

In het beleidsplan aannamebeleid hebben bestuur en medezeggenschapsraad vastgesteld dat onze groepen 1/2 niet groter moeten worden dan maximaal 25 kinderen. Voor de midden- en bovenbouw ligt de grens bij 30 kinderen. Daarnaast zijn er per groep twee extra plekken voor kinderen die van buiten Zeewolde hierheen verhuizen. Door deze beleidsafspraken zijn we beter in staat om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen.

5. Contact tussen ouders en school.

Regelmatig ontvangen ouders informatie over de ontwikkeling van hun kind (zie rapportagegesprekken). Als blijkt dat het kind extra begeleiding of hulp nodig heeft, zal dat eerst met de ouders besproken worden. Wij vinden het belangrijk dat van meet af aan de ouders betrokken zijn bij alle specifieke hulpactiviteiten ten behoeve van hun kind.

U begrijpt dat het succes van deze hulpverlening in belangrijke mate afhangt van een goed en regelmatig overleg tussen ouders en school.

Op het moment dat ouders een hulpvraag hebben kunnen zij contact opnemen met de leerkracht.

6. Kinderen met zeer speciale hulp

Van oudsher is het onderwijs aan gehandicapte kinderen georganiseerd in aparte speciale scholen. Steeds meer ouders wensen echter dat hun kind zoveel mogelijk in een ‘normale’ omgeving opgroeit en in het verlengde daarvan ook in de thuisomgeving naar de gewone school voor basisonderwijs of voortgezet onderwijs kan gaan.

Het reguliere basisonderwijs heeft beperkte middelen om deze kinderen op te vangen. Indien daadwerkelijk is vastgesteld dat de leerling behoort tot een van de zng. clusters, wordt een beschikking afgegeven De leerling heeft dan recht op een zgn. rugzak. Deze bevat extra personele en financiële middelen, waarmee de leerling in de reguliere basisschool geplaatst kan worden. De ouders van de leerling krijgen hiermee de vrijheid om te kiezen tussen het reguliere en speciale onderwijs.

Bij de inwerkingtreding van de nieuwe wet op de expertise centra zijn de scholen voor speciaal onderwijs ingedeeld in 4 clusters. Elk cluster heeft zijn eigen specialisme:
Cluster 1 : scholen voor leerlingen met een visuele handicap (slechtziende en blinde kinderen)
Cluster 2 : scholen voor leerlingen met een auditieve en/of  communicatieve handicap (dove, slechthorende en ernstig spraaktaalgestoorde kinderen)
Cluster 3 : scholen voor leerlingen met een geestelijke en/of lichamelijk handicap (mytyl / tyltyl,  langdurig zieke kinderen en zeer moeilijk lerende kinderen)
Cluster 4 : scholen voor leerlingen met ernstige gedragsproblemen of met kinderpsychiatrische problemen (zeer moeilijk opvoedbare kinderen, langdurig zieke kinderen met een forse sociaal emotionele dan wel kinderpsychiatrische problematiek)

Ouders kunnen er dus voor kiezen om hun kind aan te melden bij een reguliere basisschool. Dat betekent een uitdagende maar niet eenvoudige klus voor die school. Omdat niet één kind hetzelfde is en de aard van de handicap uiteenlopend kan zijn, wordt per aanmelding een afzonderlijke afweging gemaakt.  Om teleurstellingen en overbelasting te voorkomen hanteren de scholen in Zeewolde de volgende richtlijnen:

–          In principe zijn alle kinderen welkom die behoren tot het normale voedingsgebied van onze scholen. Wel wordt bij aanmelding bekeken of verwacht mag worden dat het team deze leerling kan begeleiden zonder dat deze leerling en/of klasgenoten daardoor te kort komen.

–          Plaatsing van kinderen met extra zorg en aandacht hangt af van de mogelijkheden die er op school zijn. Leerlingen met extra zorg en aandacht vallen onder speciale leerlingbegeleiding.

Dit houdt in, dat wij accepteren dat leerlingen niet op dezelfde manier en in hetzelfde tempo leren. We gaan uit van verschillen bij leerlingen bij het kiezen van onze leerinhouden en doelen, waarbij het verschil tussen groepsleerkrachten in de mogelijkheid om met verschillen te kunnen omgaan ook een rol speelt. Steeds opnieuw zal bekeken worden of er voor de leerling nog voldoende mogelijkheden op school zijn. Verwijzing naar het speciaal onderwijs is in de toekomst niet uitgesloten.

Wanneer tot plaatsing wordt besloten, moet duidelijk zijn dat:

·          het aanmeldingsformulier naar waarheid is ingevuld

·          de ouders en de leerkracht elkaar van eerlijke informatie voorzien;

·          de leerkracht, waarbij het kind wordt geplaatst, extra tijd zal moeten steken in zaken als bijscholing en contacten met ouders en andere instanties; al deze punten zorgen voor een taakverzwaring van de leerkracht

·          de leerkracht extra steun krijgt van de mensen binnen de schoolorganisatie

·          de extra middelen die door het rijk aan de school gegeven worden, moeten zoveel mogelijk voor dit kind en de leerkracht worden ingezet

·          de ouders hun volledige medewerking zullen moeten geven en bij moeten springen indien nodig

·          de intern begeleider regelmatig bij het overleg over de leerling betrokken is

·          alle afspraken tussen ouders en school met betrekking tot de begeleiding van het kind worden vastgelegd in een begeleidingsplan.

In het beleidsplan aannamebeleid is omschreven welke voorwaarden voor plaatsing wij hanteren.

 

Om tegemoet te komen aan de speciale behoeften van deze rugzakleerlingen zijn met ingang van het schooljaar 2008-2009  twee nieuwe lesruimtes ingericht. Hier wordt onder begeleiding gewerkt met kleine groepjes leerlingen.

De regeling voor rugzakleerlingen zal de komende  jaren gaan veranderen. Dit in het licht van de laatste onderwijskundige vernieuwing: Passend  Onderwijs, voor iedere kind een passende  onderwijsplek. Deze vanuit de overheid aangestuurde onderwijsverandering geldt voor alle scholen in Nederland. We houden u op de hoogte als meer bekend wordt over de uitwerking.

 7. Grensoverschrijdend gedrag

Extra zorg gaat  niet alleen uit naar leerlingen met leerproblemen. Er zijn ook leerlingen die in hun omgang met hun klasgenootjes of met de juf of de meester extra begeleiding nodig hebben. Soms is een gesprek afdoende, soms is er meer nodig. De leerling overschrijdt  door  zijn/haar gedrag de grenzen van anderen. Voor dit traject gebruiken we het protocol ‘grensoverschrijdend gedrag’. In dit protocol wordt in stappen aangegeven hoe wij als school reageren op ongewenst gedrag. Aanvankelijk vooral preventief, zoekend naar oplossingen, later ook met sancties en bestraffend. Het protocol ligt op school ter inzage.

8. Hulpinstanties:

Er zijn veel instanties waarmee de school geregeld overleg heeft. Enkele instanties  willen wij hieronder noemen. Bent u zelf op zoek naar de juiste hulpverlening voor uw kind, dan kunt ook terecht bij een van de intern begeleiders of de remedial teacher. Zij kunnen u adviseren over de juiste persoon of plek.

* De Schoolbegeleidingsdienst: (IJsselgroep)

Deze dienst is gespecialiseerd in het onderzoeken en begeleiden van kinderen met ontwikkelingsachterstanden. Tevens verzorgt zij nascholingscursussen voor leerkrachten en biedt zij ondersteuning bij het realiseren van onderwijskundige veranderingen binnen de school. Aan de IJsselgroep is ook de consulent onderwijsondersteuning voor zieke leerlingen verbonden. Deze persoon wordt met name ingezet op het moment dat een leerling door ziekte gedurende langere tijd niet naar school kan gaan.

 

* Schoollogopedie

Op school worden wij ondersteund door  logopediste Karin Ploeg. In de maand waarin kinderen hun vijfde verjaardag vieren worden zij door haar op school gescreend. Ouders krijgen hiervan bericht.

Tijdens dit onderzoek, dat ongeveer 20 minuten in beslag neemt, wordt gekeken naar mogelijke problemen op het gebied van:

·          de taal: bijv. spreekt het kind in goede volledige zinnen? Begrijpt het voldoende wat er tegen hem gezegd wordt? Is de woordenschat groot genoeg?

·          de spraak: bijv. spreekt het kind alle klanken goed uit? Spreekt het teveel of te weinig door de neus? Spreekt het kind  vloeiend?

·          de stem: bijv. klinkt de stem hees, schor? Spreekt het kind te hard of te zacht?

·          het mondgedrag: bijv. ademt het kind teveel door de mond of slikt het verkeerd?

·          het gehoor: bijv. kan het kind gericht luisteren en kan het korte zinnen  en woordreeksen goed onthouden? Kan het verschillende woorden of klanken goed onderscheiden?

Nadat de resultaten van de screening met de leerkracht zijn doorgenomen, krijgen de ouders hiervan schriftelijk bericht.

Ook kunnen kinderen (uit alle groepen) door de leerkracht, de ouders, de schoolarts, de schoolbegeleider of specialist worden aangemeld voor een onderzoek. Dit na toestemming van de ouders.

Soms zijn enkele adviezen voldoende en/of komt het kind op de controlelijst te staan om de ontwikkeling of spontane verbetering af te wachten. Ook is het mogelijk dat er enkele behandelingen op school plaatsvinden. Komt een kind voor intensievere logopedische behandeling in aanmerking, dan vindt er doorverwijzing plaats naar de logopedische praktijk in Zeewolde.

 

* Jeugd Gezondheidszorg (JGZ)

De Jeugdgezondheidszorg heeft tot doel de gezondheid en ontwikkeling, zowel lichamelijk als psychosociaal, van alle kinderen en jongeren te beschermen, te bevorderen en te bewaken.

In zowel groep 2 als in groep 7 voeren de jeugdverpleegkundigen van de afdeling JGZ een Preventief Gezondheidsonderzoek (PGO) uit. Het doel van deze onderzoeken is het beoordelen van de gezondheidstoestand, de groei en ontwikkeling (zowel lichamelijk als psychosociaal) van uw kind.

Ouders/verzorgers/jeugdigen kunnen zelf ook bij de afdeling Jeugdgezondheidszorg terecht voor vragen over de groei en ontwikkeling van hun kind/henzelf, maar ook voor vragen op het gebied van opvoeding, gedrag, verzorging en leefstijl (genotmiddelen, seksualiteit). De afdeling Jeugdgezondheidszorg van de GGD Flevoland is telefonisch bereikbaar op werkdagen van 08.30 uur tot 12.30 uur via telefoonnummer 088-0029920. of via de website: www.ggdflevoland.nl

 

* Ambulante begeleiding WSNS 

De contacten met de SBO-scholen zijn georganiseerd via het samenwerkingsverband WSNS. Er wordt met name samengewerkt met “de Springplank” te Harderwijk. De Springplank heeft inmiddels ook een dependance in Zeewolde.

Via de PCL (zie punt 3D) kunnen wij tevens ambulante begeleiding aanvragen voor leerkrachten die kinderen in de klas hebben waarvan de ontwikkeling zorgen baart. Mari anne van Malenstein is degene die ons begeleidt.

Extra zorg

Nieuwsbrief inschrijving
Vul uw e-mail adres om zich aan te melden.